Alpaca's springen niet over hekwerken heen, dus het hekwerk rondom een alpacaweide hoeft niet heel hoog te zijn.  Een hoogte van 1,20 tot 1,50 meter is voldoende. Let er wel op dat de openingen in het hek niet te groot zijn zodat de dieren niet met hun kop klem komen te zitten. 
Schrikdraad heeft niet veel zin, door de dikke vacht zullen de dieren daar weinig van merken en ze zullen hun vacht eraan kunnen beschadigen. Door het hekwerk tot de grond te laten doorlopen, kunnen cria's niet ontsnappen en indringers (oa honden ) worden zo buiten de wei gehouden.

Een alpaca is een kuddedier en daarom kan men ze niet alleen houden, ze moeten altijd met minimaal 2 soortgenoten samen staan. Het liefst zelfs met minimaal 3.

 

Alpaca's eten voornamelijk gras en hooi. Ze gebruiken hun voedsel heel efficiënt en hebben daardoor veel minder nodig dan herkauwers. Een alpaca is geen herkauwer, wat veel mensen wel denken. Een alpaca heeft nl maar 1 maag die is onderverdeeld in 3 segmenten. De eenhoevigen zijn onder te verdelen in drie onderorden: - herkauwers - eeltpotigen - varkenachtigen.

De alpaca valt onder de eeltpotigen en hebben ook echte tenen.
Verder is de gespleten bovenlip iets specifieks voor alpaca's.
 
Voor de onderlinge communicatie gebruiken ze veel lichaamstaal en alleen in geval van gevaar maken ze een hinnikend geluid. Vaak wordt gedacht dat alpaca's spugen, in tegenstelling tot lama's zullen ze dit echter niet snel doen. In principe doen zij dit alleen naar elkaar als zij eten of stoeien. Ook na de geboorte van een veulen kan een merrie haar jong verdedigen door te spugen als men het jong wil aanraken. En als ze reeds gedekt zijn zullen de merries de hengst ook afspugen. Zo kan men controleren of ze drachtig zijn. Alpaca’s zullen echter nooit gericht op mensen spugen.